Hans en Mien Potman

 “Wij hebben in 1961 de eerste gezinszak patat geïntroduceerd”

"Achteraf gezien hebben wij onze horecazaak veel te vroeg verkocht want wij waren amper 50 jaar toen wij met onze goedbeklante snackbar annex bruin café stopten. Maar ja, als er iemand met een flinke zak geld langskomt die de zaak wil kopen dan is het moeilijk om nee te zeggen,” zeggen Hans en Mien Potman met een lach.
Het energieke horeca-echtpaar blikt terug op de jaren 60, 70 en 80 toen het als eerste een patattent in Nieuw-Vennep opende.

Twee dikke fotoalbums liggen prominent op tafel als wij met het voormalige horeca-echtpaar terugblikken in de tijd. Foto’s van de openingsreceptie van het nieuwe pand aan de Hoofdweg met 148 boeketten bloemen, planten en heel veel klanten.
Hans (72) oogt kwiek al hebben zijn vrouw Mien (72) en hij op dochtersadvies zo’n jaar of vijftien geleden hun fraaie bungalow aan de Sportveldweg verkocht en een appartement in de Hoefbladstraat gekocht: “Ik kreeg knieproblemen vanwege tennissen en een appartement gelijkvloers zou beter voor mij zijn zei de arts. Nou, ik heb spijt als haren op mijn hoofd en zou eigenlijk weer zo snel een huis met een tuin willen hebben.”

Gehakt met ui

Beiden zijn geboren en getogen in Nieuw-Vennep en hebben vanaf hun huwelijk, dat inmiddels al 50 jaar duurt, tot en met hun afscheid in 1988 van de snackbar ‘Hans & Mien’ jarenlang met elkaar samengewerkt.
Hans: “Ik bouwde in 1961 een houten patattent naast de toenmalige kroeg De Gouden Leeuw aan

de Hoofdweg West waar wij op 18 vierkante meter patat, kroketten, halve kippen, satés, frikadellen, ijs, gehakt met uien en andere snacks verkochten. Samen maakten wij veel eigen salades maar een goede vriend van ons, die hofmeester op een schip was, hielp ons vaak. Wij brachten als eersten ook satés met vier stokjes. Iedereen dacht dat je bij ons meer kreeg dan elders met drie stokjes maar het gewicht van het vlees verdeelden wij gewoon over vier stokjes. Per week gingen toch al gauw 500 kilo zakken patat er door heen. Maar na 9 jaar wilden wij uitbreiden en via mijn oom Ab van der Zwaard, die destijds wethouder was, kregen wij de horecavergunning voor de locatie van kapper Siem Appelman, die ermee ophield. Maar dat pand hebben wij toen tegen de grond laten gaan en een nieuwe horecazaak laten bouwen.”

Patatje Oorlog

Mien: “Wij woonden eerst in de Bosstraat maar toen de nieuwe zaak klaar was hadden wij op de eerste verdieping onze woning. Of dat ideaal was? Nou, niet altijd want als het druk was en wij hadden toevallig visite dan werd er geroepen of een van ons even kon assisteren. Dus wat deed je? Precies, je rende naar beneden om de klanten te helpen.”
Hans: “Ja man, je was altijd de klos maar het had ook voordelen want we hoefden niet ver te rijden en hadden goede controle op de zaak.
De vraag dient zich aan of de beide echtelieden altijd wel in pais en vree hebben samengewerkt.
“Ja hoor,” klinkt het in koor. “Nou,” reageert Mien, “Behalve dan die ene keer toen wij ruzie kregen over die kroketten. Toen heb ik een kroket naar zijn hoofd gegooid omdat Hans vond dat er nog een aantal goed waren maar ik riep dat ze al te oud waren om te verkopen. Of ik hem raakte? Ja, wat dacht je? Op een paar vierkante meter werkruimte had hij geen schijn van kans. Ons publiek van toen is nu van onze generatie maar er waren ook heel veel jongeren die klant waren. Wij waren de eersten met het bekende Patje Oorlog. Een zak patat met mayonaise, pindasaus, curry en uitjes. Daar was iedereen hartstikke gek op.”

Gezinszak patat

Mien herinnert zich: “Er waren destijds ook ouderen uit het dorp die met pruimtabak binnenkwamen en dat even op de vensterbank legden. Maar soms vergaten ze het om het weer mee te nemen. Ach joh, wij hebben wat afgelachen in die jaren zestig, zeventig en tachtig.” Maar toen in 1988 Willem Markwat het pand kocht stopte het echtpaar Potman met werken.
“Ja, eigenlijk veel te vroeg achteraf. Op de gevel kwam toen de naam Meerburgh Cafetaria te staan en voor ons was het toen over en sluiten,” mijmert Hans.
Maar voor zijn echtgenote nog geen pensioen: “Nee, ik ben een echt horecadier dus toen Freddy Scheffer met zijn Bolle Olifant begon, werd ik gevraagd voor de bar en de bediening. Heerlijk. Dat doe ik nu al ruim 15 jaar. Mijn dochter en Hans zeggen vaak ‘joh, stop er nu maar eens mee want is het niet welletjes geweest?’ Maar ik vind het heerlijk. Ik werk 15 uur per week.”
Hans kijkt verbaasd: “Per week? Per twee dagen zul je bedoelen! Joh, je werkt veel te hard.” Lachend kijkt Mien haar man aan: “Ach joh, laat mij nog even werken. Ik vind het zo leuk.”
Hans haalt zijn schouders op en knikt: “Weet je, ze nemen ons in elk geval die mooie jaren in onze patatzaak niet meer af. Wij waren echt een unicum. Hadden natuurlijk de wind mee in het succes van patatzaken maar onze kwaliteit van echte Binten stond voorop. Inmiddels kijk ik heel veel naar sportwedstrijden op de televisie dankzij het digitale Ziggo Sportkanaal.”

Auteur: Jan van Grondelle

(22-08-2011)