Hans de Jong

“Ik ben boven de zaak geboren en kreeg het horecavak met de paplepel ingegoten”2011 linv ul hdejong mo

 “Weet je dat ik boven de zaak ben geboren?” begint Hans de Jong het gesprek.

Mijn ouders woonden op de eerste verdieping dus ik ben hier opgegroeid, heb er het vak geleerd en ons familiebedrijf Hotel Restaurant De Rustende Jager in de vaart der volkeren letterlijk uitgebouwd. Mijn ouders zijn hier in 1941 getrouwd want mijn vader zat hier ooit in de kost en was werkzaam als handelaar in aardappelen en logeerde hier veel. Op een gegeven moment nam hij het bedrijf van de familie Nijssen over.”

Het toenmalige dorpscafé, annex hotelletje, benzinestation en kinderspeeltuin, is nog duidelijk herkenbaar op een serie zwart/wit foto’s uit lang vervlogen tijden die in verschillende zalen van de Rustende Jager de wanden sieren.

“Hier, moet je kijken, een uiterst sober interieur, nog geen terras voor het pand maar er kwamen hier wel heel veel klanten. In de tijd dat mijn vader het café runde woonden er in Nieuw-Vennep nog geen duizend inwoners. De geloofsrichtingen stonden behoorlijk haaks op elkaar want bijna de helft was katholiek en de rest Gereformeerd en Nederlands Hervormd,” blikt de rasondernemer en horecatycoon Hans De Jong (67) terug. 

Douchen

Zijn horecabedrijf en aan de overkant van de Hoofdvaart destijds De Gouden Leeuw, dat ooit in vlammen opging, waren de twee locaties waar de inwoners hun vrije tijd doorbrachten.

De Jong: “Het uitgaansleven was natuurlijk heel anders dan vandaag de dag. De cafés waren  het sociale gebeuren in het dorp want de mensen hadden nog geen televisie dus gingen zij voor wat vertier het dorp in. Het verenigingsleven stond centraal en het hele sociale leven vond plaats in beide horecabedrijven. Ons pand was destijds eigendom van de Rooms Katholieke kerk hier aan de overkant van de Venneperweg waar de familie Nijssen het ooit van huurde en daarna nam mijn vader het huurcontract over. Pas veel later, in 1941, kochten mijn ouders het pand en breidden het uit. Veel van het Vennepse Rooms Katholieke verenigingsleven vond dan ook in ons horecabedrijf plaats terwijl andersdenkenden destijds voor De Gouden Leeuw kozen. Heel wat huwelijksfeesten, toneeluitvoeringen, recepties, trouwerijen maar ook condoleances werden hier gehouden. Zelfs de sportclubs, zoals bijvoorbeeld voetbalvereniging DIOS, verzamelden zich hier op zaterdagochtend voor een uitwedstrijd als de clubleden per autobus naar elders werden gebracht. Na afloop kwamen ze dan weer terug en werd bij ons gedoucht en vond er al naar gelang de wedstrijduitslag nog een klein feestje plaats. Vergeet niet dat de accommodaties van sportclubs destijds uiterst sober waren.”

Investeringen

Na de oorlog kwamen de bevrijdingsfeesten op gang en startte er ook een groot verenigingsleven in het dorp.

De Jong: “Ik was toen nog een kind maar ik herinner mij wel dat er talloze verenigingen kwamen die ook in ons horecapand repeteerden. De toneelvereniging, de muziekvereniging Irene, biljartclubs, kaartclubs, noem maar op. De televisie was er toen nog niet en dus bloeide het verenigingsleven in al zijn facetten. Maar toen ik later het bedrijf van mijn vader overnam zag je al een verandering in het uitgaansleven. De televisie deed haar intrede, mensen werden meer mobiel dus gingen ook elders uit maar ondanks dat heb ik het bedrijf alleen maar verder uitgebreid met de aankoop van de panden ernaast. Je moest gewoon mee met je tijd en de expansie was dermate interessant dat al die investeringen niet hun doel voorbij schoten. Wel was het opvallend dat er een groot verschil was tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. In ons dorp woonden vooral de harde werkers als agrariërs, arbeiders en ondernemers terwijl in Hoofddorp veel meer de zogenaamde notabelen zaten als artsen, notaris, dominee, pastoor, veel ambtenaren en zo. Toen ik 18 jaar was begon ik als jonge zelfstandige ondernemer in dit pand maar omdat je pas als 21-jarige een bedrijf mocht leiden kreeg ik ontheffing omdat ik al wat papieren had zoals die van banketbakker en kok plus vele jaren ervaring in onze familiezaak omdat ik al van jongs af aan in de zaak meehielp. Dat heb ik later mijn twee zonen en dochter ook geleerd want die zijn net als ik met de paplepel het horecavak ingerold. Maar mijn vrouw Mieke moet ik beslist niet vergeten hierbij te betrekken want wij hebben als duo keihard gewerkt om het bedrijf te brengen naar waar wij het wilden hebben. Dat ging niet zonder slag of stoot kan ik je vertellen.”

Spaarkastjes

In die tijd waren er ook nog heuse dansavonden in De Rustende Jager als onderdeel van het uitgaansleven in het dorp.

De Jong: “In mijn beginperiode waren er geen culturele instanties als Pier-K, schouwburg of bioscoop. Als men uitging dan was dat in een horecabedrijf waar verenigingen hun activiteiten organiseerden. Daar speelde het sociale leven zich af. Denk maar eens aan de Vennepse Ruiters die eens per jaar een feestavond organiseerden. Of de jaarlijkse toneeluitvoering . Joh, men spaarde voor zo’n jaarfeest. In het café hingen kastjes aan de muur waar verenigingsleden geld spaarden voor hun uitgaansdag of jaarfeest. In de jaren zestig en zeventig waren dat dé momenten dat het uitgaansleven hoogtij vierde. Toch was het een sobere periode maar wel een tijd dat mensen een hechte band met elkaar hadden.”

De gedreven horecaman vond het niet makkelijk om in 2007 zijn succesvolle zaak aan de Venneperweg over te doen aan zijn zoon Marcel, die eveneens de kneepjes van het horecavak van zijn ouders leerde.

“Toch moest ik er wel aan wennen hoor. Ik ben dan weliswaar niet verantwoordelijk meer voor De Rustende Jager maar mijn hart ligt er nog wel. Het was, is en blijft een mooi bedrijf met gemotiveerde en enthousiaste medewerkers dat nog steeds een gastvrije accommodatie biedt voor het verenigingsleven in dit dorp,” filosofeert Hans de Jong.

Auteur: Jan van Grondelle
(09-11-2011)