Piet Clement

‘De geit was de koe van de arbeider’

Piet Clement (75) is een geboren en getogen Venneper: ‘Mijn voorouders zijn kort na de drooglegging naar Nieuw Vennep gekomen. Dus mijn grootvader Piet en 2012 linv vl gfv pietclement movader Peter zijn daar ook opgegroeid. Ik kom uit een gezin met 12 kinderen, maar ben zelf nooit getrouwd.’ Clement is lid van de Geitenfokvereniging Nieuw Vennep en heeft achter in zijn tuin, die bijna aan de rand van Nieuw Vennep ligt nog een geit staan. ‘Die is nu alleen, maar is daar net als ik aan gewend geraakt.’ De geit is gedekt en in het voorjaar hoopt Clement wat lammetjes te hebben. De laatste fok leverde hem drie lammetjes op.

Volgens Clement, die de kost verdiende in de landbouw en ook in een kwekerij werkte, was de geit vroeger ‘de koe van de arbeider’. De geitenfokkerij zorgde voor extra inkomen, leverde melk om van te drinken en kaas van te maken, maar de melk ging ook in de pap als gezonde kost voor de kinderen. ‘Ik herinner mij nog een bijna blind meisje dat van de dokter geitenmelk moest drinken. Daar knapte zij in zoverre van op dat zij is staat was naar de school voor slechtzienden te gaan.’
Van de melk werd harde kaas gemaakt die een kruidensmaakje had. ‘Omdat de geiten meestal langs de kant van de weg graasden kregen zij van alles naar binnen. Nu grazen zij op grasland en leveren meer gewone melk zonder kruidensmaak.’ De geiten waarmee zijn grootvader en zijn vader fokten en waarmee hij ook nu nog fokt, zijn van het Zaanse ras, mooie grote witte rasgeiten die oorspronkelijk uit Zwitserland komen. ‘Oude geiten werden naar de slacht gebracht. Het vlees daarvan werd dan opgegeten.’

Oprichting

Maar naast winst van melk en vlees, werd er ook verdiend aan het dekken. ‘Mijn vader had altijd wel een bok die per jaar zo’n 100 geiten moest dekken. Om inteelt te voorkomen was er om de twee jaar een andere bok. Er waren geen grote fokkerijen. Het ging om arbeiders die een aantal geiten hadden. Dat waren er meestal wel drie.’ Grootvader Piet was 2011 linv vl gfv geitenkeuring Kinderboerderij 1987 modirect na de oprichting op 28 februari 1912 secretaris van de Geitenfokvereniging Nieuw Vennep geworden. Vroeger kende de vereniging een flink aantal leden. Dat waren er meer dan vijftig, nu zijn dat er niet meer dan achttien. ‘En de meeste daarvan houden geen geiten meer. Vroeger waren er arbeiders die ook nog een varken en kippen hielden.’
Clement zelf heeft nu nog vijf kippen lopen. Voor de geitenmarkt moest je vroeger naar Leiden: ‘De meeste handel werd echter aan huis gedaan.’ Zijn voorouders waren lid van de Noord-Hollandse Bond. Eenmaal per jaar ging zijn vader naar een vergadering in Alkmaar. ‘Die vergaderingen gingen o.a. over hygiëne bij de melkwinning, uiergezondheid en de koeling van de melk.’

Hygiëne

Voor de hygiëne werd door de bond aangedrongen op schone kleding, schone handen, schoon gereedschap en het reinigen met chloorbleekloog. En wat de uiergezondheid betrof: ‘Een  uierontsteking was niet gemakkelijk te genezen.’ Clement laat Het boek van de geit zien. daarin staan ook plaatjes hoe lammeren voor de bevalling in de baarmoeder liggen. Net als bij mensen kan dat voorwaarts of achterwaarts, nog in andere houdingen of in een stuitligging zijn. ‘Als je bij de bevalling teveel met je handen moet helpen kan dat al gauw een baarmoederontsteking geven.’
De draagtijd van een geit is 5 maanden. ‘Het aantal lammeren varieert van 1 tot 4. Als er maar 1 lam is, wordt dat gauw te groot. Dat levert moeilijke bevallingen op.’ In het huishoudelijk Reglement van de ‘Vereeniging ter bevordering van het geitenras in Noord-Holland’ van 8 maart 1940 staat dat fokkers van het ras bij geboorte van een boklam hiervan zoo spoedig mogelijk mededeeling dienen te doen. Daarna werd gekeken of het boklam aangehouden mocht worden. Afgekeurde boklammeren moesten afgedragen worden aan het afdelingbestuur. Om te voorkomen dat afgekeurde boklammeren in ongewenschte handen zouden komen, konden leden geroyeerd worden. Het ging daarbij om ‘het fokken van een witte, ongehoornde, kortharige geit, die uitmunt door gezondheid en overvloedig melk oplevert van goede kwaliteit.’

100 Jarig bestaan

Clement kon door zijn geiten nooit op vakantie gaan. Daarom meldt Adriaan van Tol (66), die al 30 jaar secretaris en penningmeester is en nog wel 2 geiten heeft, dat hij liever niet meer wil fokken: ‘Iedereen gaat tegenwoordig met vakantie, maar je kunt de zorg voor geiten niet zomaar aan je buren overlaten omdat de meeste mensen die niet kunnen melken.’ Zijn zoon Hans (40) is de huidige voorzitter. Hij heeft geen geiten meer. Adriaan van Tol: ‘Wij bestaan in februari dan wel 100 jaar maar er is geen reden om feest te vieren. Wij hebben nog 18 leden die samen zo’n 10 geiten hebben. Meestal geen stamboek meer maar ook Bonte, Nubische of Toggenburger geiten. Wij bestaan nog wel maar erg levendig is het dus allemaal niet meer. Zeker niet na het uitbreken van mond-en-klauwzeer in 2000. Toen zijn alle regels nog eens extra aangescherpt. Bovendien kunnen wij geen keuringen meer doen.’ De geitenfokvereniging werd volgens hem in het niet meer bestaande Café Nijssen opgericht.

Auteur: Frans Tol
(04-02-2012)

Foto: Piet Klaassen