Van Groningen BV

VAN GRONINGEN BV

Van voddenboer naar recyclingbedrijf

Sinds 2001 staat in de persoon van William van Groningen (1971) de vierde generatie aan het roer van het familiebedrijf, gespecialiseerd in ijzer- en metaalhandel, constructiesloop en transportservice. Bij zijn komst werkten er elf mensen, stonden er één kraan en één stationaire schrootschaar op de werf en had VG drie 2012 linv bl mh williamvan groningenvrachtenwagens op de weg. Tegenwoordig is het zoeken naar het directiekantoor op de uitgebreide locatie, met enorme schroothopen, sorteerbakken en diverse loodsen. Niet te vergelijken met vroeger, bevestigt William. “Maar ik had een kruiwagen met stevige handvaten.” Hij doelt op zijn illustere voorgangers, overgrootvader Gerrit, opa Wim, de ooms Gert, Henk, Joop, Piet en Kees tot en met zijn vader Jan. Ze schreven geschiedenis, ‘van voddenboer naar recyclingbedrijf’.

 

In het ruime kantoor annex ‘spreekuurlocatie voor de stichting Korrelatie’ aan de Nieuw-Vennepse Staringstraat komen toekomst, heden en verleden van het bedrijf samen. Je kunt hier niet heen om alweer de volgende generatie Van Groningen, door portretten van Williams nageslacht, Jessie (9) en zoon Wesley (8). Heden en verleden zie je terug in de vitrine vol modellen van het wagenpark, groen getint, in kapitale letters voorzien van de familienaam. En uit een grote kartonnen doos diept de directeur historisch fotomateriaal op, waarmee het verleden letterlijk in beeld komt.

Wie als geen ander over vroeger kan vertellen is Williams oom Gert (1943), net als deze neef behept met het VG-virus, eveneens van jongs af actief in het bedrijf en bovendien naamgenoot/ zielsverwant van de aanstichter van dit al, wijlen Gerrit van Groningen.

2012 linv  vangroningen (3)Gert (getrouwd, vader van twee dochters en opa van vier kleinkinderen) stapte ruim tien jaar geleden uit de BV, na een kleine halve eeuw in deze branche te hebben gewerkt. Van onze welbespraakte zegsman horen we, dat opa Gerrit in Nieuw-Vennep ooit met een slagersbedrijf is begonnen. “In het pand aan de Hoofdweg, waar later Cuvelier is gekomen.”

Hij weet ook, dat zijn verre voorvader daarnaast in koeien handelde. “Die kocht hij op de markt, liet ze grazen op een stukje land aan de Hoofdweg, achter het woonhuis van de familie Kauffman. Dan regelde hij met slager Willem Kroes handjeklap een dier voor de slacht. Vervolgens kocht opa Gert de huid terug voor de handel.”

Die koopmangeest typeerde de man. Na de oorlog, toen het allengs minder ging met het slagerswerk, richtte hij zich steeds meer op de handel. “Hij kocht complete inboedels op, handelde in lompen, ijzer en metaal, en toen ook nog in papier en hout. Daar is hij later mee gestopt. Hij pakte van alles aan. Ik heb zelfs meegemaakt, dat er een vliegtuigje voor sloop op de werf kwam.”

 Gerts Praathuis
Een afspraak met Gert van Groningen brengt je op een bijzondere locatie. Achter de woning aan ’t Kabel bevindt zich nog een huis, een verbouwde kippenschuur. Dit is zijn domein, Gerts Praathuis. Hier is de oud-handelaar koning en een gulle gastheer. De vertrekken in het pand zijn ingericht met mooie oude spullen, waarbij het paard centraal staat. Er bevindt zich zelfs een heuse tuigagekamer, waar Gert geregeld in de weer is met het oliën van het stugge leder.

In een loods verderop tref je enkele goed onderhouden oude rijtuigen, compleet met (poppen)dames op de bok, in authentieke historische kledij. Ze vertegenwoordigen Gerts liefste bezigheid, aangespannen rijden met een paar ‘paardjes’ voor de bok. Aldus beweegt hij zich menigmaal door het dorp, soms zomaar voor een ommetje, maar ook geregeld op weg naar een evenement, ergens in het land.

In dezelfde ruimte bewaart hij opa’s oude voddenkar, waarmee ook zijn vader indertijd door de straten2012 linv bl mh voddenkarvangroningen ging. De met allerhande afgedankte waar gevulde wagen doet denken aan de voormalige televisieserie Stiefbeen & Zoon. “Het is de hittenkar van de lompenkoopman”, zegt Gert. “Zo genoemd, omdat er een paardje voor stond.”

Er kleeft nog een bijzondere herinnering aan de wagen, wat te maken heeft met de jaren van de Tweede Wereldoorlog. “Ze hadden een dubbele bodem gemaakt, waarin vlees werd gesmokkeld, daar bovenop lag het oud ijzer.” Gert memoreert het met pretogen.

Haarlem
Zijn vader, Wim van Groningen (1921) geboren en getogen in Nieuw-Vennep, zette later de handel in lompen en metalen voort, maar werkte ook eerst nog in een slagerij. “Dat was in Haarlem, waar we tot m’n twaalfde hebben gewoond”, aldus Gert, die na de verhuizing naar de Gelevinkstraat in Nieuw-Vennep nog een extra leerjaar aan de School met den Bijbel had te gaan, maar liever meehielp in het familiebedrijf.

En daar kon men een paar stevige extra handen wel gebruiken. “Mijn vader had een slechte gezondheid. Hij leed aan tuberculose en had nauwelijks lucht. Op gegeven moment moest hij het bed houden en dat heeft alles bij elkaar meer dan vijf jaar geduurd. Nadat een long was weggehaald, knapte hij langzaam op.”

De jaren vijftig van de vorige eeuw waren zwaar voor het gezin, waar na Gert nog vijf jongens en een meisje werden geboren. “Eerlijk gezegd was het armoe troef. Mijn vader trok van de steun en moest papier prikken. Maar dat zinde hem niet. ”

Opa Gerrit bracht redding. Hij bedacht dat zijn zoon weliswaar niet kon sjouwen maar een vrachtwagen besturen zou wel lukken. “In die tijd huurde opa voor het transport van de materialen een vrachtwagen die dus voortaan door mijn vader werd gereden. En mij konden ze goed gebruiken voor het laden en lossen.”

Spoorhuis
Gerrit van Groningen woonde met zijn Jannetje en het gezin in het Spoorhuis aan het latere D2012 linv  vangroningen (1)okter van Haeringenplantsoen en had daar ook opslag van goederen. Toen het bedrijf groeide, verhuisde de zaak naar de Staringstraat. Daar werd in 1960 een mooie loods gebouwd, de trots van de familie. In dat jaar trad Gerrit officieel terug en nam Wim de leiding over.

Na Gert kwamen ook de andere zonen van Wim en zijn vrouw Aadje stuk voor stuk de gelederen verstevigen. Ze leerden alle facetten van het bedrijf kennen en niemand was te beroerd om zijn handen vuil te maken. Als gevolg van uitbreiding van de werkzaamheden werden in de loop van de jaren de taken tussen de oudere broers duidelijker verdeeld. De twee jongsten Piet en Kees waren in Hoofddorp gevestigd, met sloopbedrijf Grovom.

Gert: “Van oudsher vormde de handel in ijzer en metalen de basis van het bedrijf. Haalde je bij een constructiebedrijf ijzer op en stond daar ook een oude draaibank die ze kwijt moesten, wisten wij er wel een klant voor. Zo kochten we steeds vaker ook andere spullen op, een heftruck, een frees, een boormachine. Op die manier ontstond de afdeling machinehandel en kantoormeubelen. Daar ging Henk zich mee bemoeien.”

Hij zelf zat samen met broer Jan vooral ‘in ‘t ijzer’. Joop werd de man van de partijgoederen. “Bij een brand kochten wij het ijzer op, maar ook daar was veel meer te halen.” Joop en zijn vrouw Rina runden jarenlang met succes de verkoop van de restgoederen in de 1000 vierkante meter grote loods, totdat in januari 2009 een felle brand het pand in de as legde.

Williams vader Jan van Groningen is tot nu toe de enige van de broers die nog steeds bij het Vennepse bedrijf betrokken is, zij het parttime. Hij verricht inmiddels voornamelijk administratief werk. Maar ook dat is binnenkort verleden tijd. In november wordt hij 65 en dan sluit hij feestelijk een vijftigjarig dienstverband af.

Sloopbedrijf
Watermeters uit elkaar schroeven, koper knippen. Het waren de eerste klusjes die de huidige directeur verrichtte. “I2012 linv  vangroningen (2)k was een jaar of vijftien, zat nog op school, maar was liever aan het werk.” Dat kon. Bij het sloopbedrijf van de ooms in Hoofddorp was wel een plek voor hem. “Ik heb daar van alles aangepakt, op een Bobcat, zo’n shoveltje voor het stripwerk, tot en met machinist op de kraan. Later ben ik gaan doorleren in het asbest, voor deskundig toezichthouder in de asbestsloop. ”

Even een lekenvraag tussendoor. “Waarom wordt er onderscheid gemaakt tussen ijzer en metaal?” William verbaast zich niet en heeft een duidelijk antwoord. “Ik leg het altijd zo uit. IJzer, ferro, is alles wat aan een magneet blijft hangen. Daarnaast handelen wij ook in metalen en dat zijn lood, zink, diverse soorten aluminium en koper en koper/aluminium koelers uit airco’s.”

De nieuwe wetgeving voor het vakgebied, begin jaren 90, deed zijn oom Gert de business de rug toekeren, William zorgde ervoor dat het bedrijf erop inspeelde en zich kwalificeerde met branchegerichte certificaten. Na dertien jaar Hoofddorp verkaste hij naar Nieuw-Vennep. “Ik zat op gegeven moment tegen mijn plafond aan. Was vindingrijk, had ideeën, maar kon die daar niet kwijt. In Nieuw-Vennep wel.”

Nieuw concept
Het eerste wat hij deed, was een nieuw concept realiseren. Tot dan toe was het gebruikelijk dat Van Groningen bij een sloop ijzer en metaal opkocht, in bakken opsloeg, vervoerde naar de Staringstraat, daar het spul sorteerde en kort knipte en vervolgens naar de afnemer transporteerde. “Ik kocht er een tweedehands kraan bij, zette die ter plekke neer om bij de bron het materiaal te sorteren, te knippen en in bakken te laden om meteen door te kunnen gaan naar het verwerkingsbedrijf. Op die manier sloegen we dus ‘station Nieuw-Vennep’ over.”

Aldus profileerde het bedrijf zich onder zijn supervisie als ‘assistent van de klant’, het sloopbedrijf. Een fotogalerij in het kantoorpand toont de VG-activiteiten in binnen- en buitenland. “De mensen hebben geen idee wat wij allemaal doen. Ze denken dat we hier een beetje in het ijzer staan te roeren.”

Met gepaste trots wijst hij op de afbeeldingen van enkele grootschalige projecten. “We doen tegenwoordig alles onderweg wat de klant vraagt. We hebben mobiele scharen, hoogwerkers, sproeikanonnen voor stofbeheersing, UHD machines, Ultra High Demolition, waarvan eentje met een veertig meter lange arm om flatgebouwen te kunnen slopen.” Hij legt uit, dat de machinist vanaf de grond werkt via een camera bij de grijper, hoog in de lucht.

Groei
William staat stil bij de groei van het bedrijf. “Moet je nagaan, toen ik kwam, werkten er elf mensen, op een terrein van zesduizend vierkante meter. Tegenwoordig zitten we op een locatie van dertigduizend vierkante meter, met zeventig man personeel. Er rijden vijftien vrachtwagens. Onderweg hebben we vierentwintig kranen draaien. We hebben een dieplader die onze kranen verrijdt en daar hoort dan weer een verkeersregelaar bij.”

In 2006 deed zich de gelegenheid voor het bedrijf uit te breiden door de overname van Vianen Recycling in Leimuiden. Hier werken een bedrijfsleider en zeven man personeel. Op deze locatie heeft voornamelijk het handmatig sorteren van metalen plaats. “Een stroom, die via Nieuw-Vennep van het sloopwerk afkomt.”

Sinds twee jaar houdt VG zich ook bezig met Bouw- en Sloopafval, kortweg BSA. William: “De handel in schroot werd minder. Vandaar dat we tegenwoordig ook totaal sloopwerk overnemen van de klant, wat betekent dat we eigenaar zijn van al het afval, inclusief hout, kunststof en verder alles wat vrijkomt. Wat we daarna doen, is het vuil aanbieden bij een sorteerbedrijf om vervolgens het ijzer terug te kopen2012 linv bl mh erkendopkopervangroningen, voor een marktconforme prijs.”

In Nieuw-Vennep heeft VG een eigen garagebedrijf, voor onderhoud van het wagenpark, met acht monteurs. Er is ook een wasplaats. “Wij doen alles zelf”, meldt de directeur, zonder te willen opscheppen. Hij ziet de groei als het resultaat van slim denkwerk en verknochtheid aan het bedrijf.

Hij deelt de liefde voor het vak niet alleen met vader Jan, maar ook met zijn jongere broer Jacco, die werkzaam is als kraanmachinist. Williams levenspartner Debbie Lohman is eveneens aan het bedrijf verbonden, en wel als zogeheten KAM-coördinator, waarbij de hoofdletters staan voor Kwaliteit Arbo en Milieu. In de leiding wordt William terzijde gestaan door adjunct-directeur Mark de Boer uit Aalsmeer.

Werkvloer
Vanuit de directiekamer heeft hij ruim zicht op de werkzaamheden aan deze kant van de werf. “Ik ben geen directeur, die in een ivoren torentje zit”, laat hij weten. “Zo’n twee keer in het jaar pak ik een stel werkkleren en ga zelf een week lang de werkvloer op, als kraanmachinist. Dat heb ik vroeger jarenlang gedaan en ben ik nog niet verleerd. Laden, lossen, op die manier houd ik de werkelijkheid in de gaten en weet ik wat er bij de mannen leeft.”

In het kantoorgebouw is een aparte ruimte voor ontspanning ingericht. “Een soort clubhuis, met een kantine en een gezellig barretje. Elke laatste vrijdag van de maand is de bar open voor wie er zin in heeft.”  

Is zijn oom Gert een liefhebber van paarden, Williams vrijetijdsbesteding heeft te maken met an

2012 linv bl mh logovangroningen

dere paardenkrachten en wel de PK’s van crossauto’s. Zo’n vier keer per jaar neemt hij deel aan een autocross. Dat ook die activiteit lucratief is, blijkt uit de verzameling blinkende trofeeën in zijn werkkamer.

Meer informatie: www.vangroningenbv.nl.

 

 

 

Auteur: Geertje Bos

September 2012
Foto's: Geertje Bos
Van Groningen